DE WRAAK VAN DE VLIERBOOM
Een vlierboom, dat wist vroeger zelfs ieder kind, bracht geluk omdat een vlierboom van mensen houdt. Deze bomen stonden, zei men, onder directe bescherming van de vlierfee Vrouw Hyldemoer, Vrouw Ellhorn, die ook Vrouw Holle werd genoemd in Stellingwerf.
De vlierboom bevorderde ook genezing bij ziekte, vooral wanneer men tegen hem praatte. En dat deed men regelmatig. Een spreuk uit vorige eeuwen luidde:
Vlier ik heb de jicht, jij hebt dat niet Neem ze me af, dan heb ik ze niet ...
Bijna alles van de boom werd gebruikt. Bij suikerziekte de thee van de bladeren. Met een stukje bast van de vlier konden lijders aan nierziekten daar vanaf worden geholpen evenals van darmkwalen, keelpijn en waterzucht. Vlierbloesem hielp (en helpt nog) tegen griep en kou, doordat de bloesem zeer zweetafdrijvend werkt. Bessen at men om onbezorgd de winter in te gaan, omdat die het lichaam ontdeden van zuren. Op die manier kon men geen kou vatten door natte voeten (en die had iedereen), tocht (alle huizen tochtten dat het een lust was) of besmetting door anderen. Vlierbladeren deden eksterogen verdwijnen door een blad in de grond te steken. Wanneer het blad was verteerd was het eksteroog verdwenen. Verse vlierbladeren genazen zweren en heelden wonden. Maar de vlier deed nog meer ...
Vlier bij de stal beschermde het vee tegen heksen en betovering.
Vlier bij de kelder hield de melk veel langer vers.
Vlier dichtbij het huis beveiligde tegen blikseminslag.
Vlier hield ongedierte op een afstand, want geen vlieg, mug, slang of hagedis kwam in de schaduw van een vlierboom.
Vlier hield heksen, witte vrouwen en weerwolven op veilige afstand.
Het heidense geloof zei dat op de avond voor zonnewende de vlier blad kreeg, die de plant onmiddellijk daarna weer verloor.
Het christelijke geloof zei dat dit gebeurde de avond voor Kerstmis en hiermede werd de vlier een christelijke boom, want ook het kruis van Christus was van vlierhout.
Een vlierboom omhakken stond, vond men vroeger, gelijk aan zelfmoord. Maar een eigenwijze boer in Rijsberkamp wist het beter. Na de kerkdienst kwam in de plaatselijke herberg het gesprek op vlierbomen. Hun geneeskrachtige werking, hun beschermende functie en het ongeluk dat een ieder zou treffen die een vlierboom omhakte. 'Onzin', riep de boer. 'Ik heb wel tien van die rotbomen rond mijn erf staan. Ieder jaar worden zij groter en groter; ik geloof niet in die bakerpraatjes. Ga mee, dan hak ik ze nu om. Wanneer ik binnen een half jaar niets mankeer, krijg ik van ieder van jullie hier die deze onzin geloven, een groot glas jenever ...'
Tientallen mannen en jongens gingen met de boer naar zijn hofstede in Rijsberkamp. Daar haalde de boer een bijl uit de schuur, sleep deze op een slijpsteen tot hij vlijmscherp was en hakte daarna alle vlierbomen op zijn erf om, terwijl zijn vrouw handenwringend en huilend hem bezwoer dit niet te doen. Maar hij lachte haar uit.
Dezelfde avond sloeg de bliksem in zijn boerderij en brandde zijn bezit tot de grond toe af. Het vee in de stal achter het voorhuis kwam om in de vlammen. Een week later sloeg een geleend paard waarmee de boer aan het ploegen was op hol. Uren later vonden de buren de boer levenloos op de voor de helft omgeploegde heide liggen. Zijn hart had het begeven.
In de wijde omtrek van Rijsberkamp is heel veel jaren geen vlierboom meer omgehakt. Sterker zelfs, niet meer gesnoeid ...
Bron: De Grijpvogel en andere sagen, vertellingen, volksverhalen, legenden, oude gebruiken en gebeurtenissen in en rond de Stellingwerven - Han Wielick - uitgave van Stichting Internacom
==================================================================

|