Valentinus van Terni wordt samen met zijn naamgenoot de H. Valentinus van Rome gevierd op dezelfde dag: 14 februari. Dat gegeven, samen met hun naamsovereenkomst en de weinige zekerheden die over hun leven bestaan, heeft tot verwarring en verwisseling van de heiligen geleid. Volgens het Martyrologium Romanum gaat het nochtans om twee verschillende personen, al beschouwen andere bronnen hen als één en dezelfde.
De H. Valentinus van Rome zou een priester geweest zijn die in 269 in die stad onthoofd werd tijdens de christenvervolgingen van keizer Claudius II Gothicus. Daarom wordt hij voorgesteld in kazuifel met een zwaard in de hand. Ook afbeeldingen als bisschop met mijter en kromstaf komen voor, waarschijnlijk door verwisseling met de H. Valentinus van Terni.
Over de laatstgenoemde is, net zoals over zijn naamgenoot, weinig met zekerheid geweten. De overlevering plaatst hem eveneens in het 3de-eeuwse Rome en later in Umbrië, waar hij eerst priester was en later bisschop van Terni. Een legende vertelt dat hij in de winter een arme man eens zijn opperkleed gaf. 's Avonds bracht een mooie jongeman het kledingstuk terug en zei dat hij in ruil voor zijn goedheid van God de gave kreeg om epilepsie en jicht te genezen. Volgens een ander verhaal was het door hem ingezegende huwelijk van een christen en een heiden, Serapia en Sabinus, zo voorspoedig dat familieleden van de bruidegom en vele andere heidenen Valentinus' zegen over hun huwelijk wensten. Dat verhaal heeft bijgedragen tot zijn patroonschap van verliefden, samen met de in de middeleeuwen wijdverbreide opvatting dat vogels op 14 februari beginnen te paren. Andere bronnen houden het op een verchristelijking van Germaanse fakkelomgangen die de bruidstocht van de liefdesgod Freyr naar Gerda herdachten, maar ook dat is betwijfelbaar.
Er zijn heel wat redenen waarom de H. Valentinus van Terni een beschermheilige van verliefden en verloofden is geworden, maar over geen enkele ervan is men zeker. Of het de legende van het voorspoedige huwelijk van Serapia en Sabinus was, de overtuiging dat vogels paren rond half februari, de verchristelijking van Germaanse lentegebruiken of van de Romeinse Lupercalia - die op 15 februari gehouden werden ter ere van de landbouw- en vruchtbaarheidsgod Lupercus (of Faunus) - valt niet meer te achterhalen. Wat wel vaststaat, is dat het patronaat van de heilige al heel oud is. Zo weet men uit archieven dat de Kerk in 1465 instemde met de oprichting van een aartsbroederschap die jonge meisjes op 14 februari voorzag van een bruidsschat.
Onder invloed van de commercialisering en de media deed er zich een verschuiving voor in de verering van de H. Valentinus. Terwijl hij vroeger aangeroepen werd als geneesheilige én als schutspatroon van het huwelijk (vooral in Angelsaksische landen), is sinds de Tweede Wereldoorlog de nadruk volledig komen te liggen op dat laatste aspect en groeide 14 februari uit tot een internationale dag van de verliefden. Toch heeft Valentijnsdag nog weinig te maken met de oorspronkelijke verering van de heilige als helper en beschermer van een gelukkig huwelijk. Veeleer is 14 februari uitgegroeid tot een herdenkingsdag van huwelijk of verloving, of tot een dag waarop mensen elkaar hun liefde betuigen met een cadeautje. Religieuze overtuigingen spelen daarbij geen enkele rol meer.
Zoals gezegd, werd de H. Valentinus van Terni in onze streken vroeger vooral vereerd als geneesheilige, onder meer tegen epilepsie of vallende ziekte. De ziekte werd in de volksmond trouwens naar hem sint-veltensziekte genoemd.
Daarnaast werd hij vereerd tegen jicht, flauwvallen (wegens zijn naam), koorts, pest en stuipen. In Westerhoven (NB) gebruikte men water uit de Sint-Valentinusput tegen wratten en koorts.
De H. Valentinus beschermt ook tegen machteloosheid en tegen de aantasting van het zaadgoed door mollen. Hij is een schutspatroon van de imkers, wegens de associatie met de eerste honingzoete huwelijksmaand (vandaar het Engelse honeymoon, van molenaars en schippers (hij geeft gunstige wind) en voorts van reizigers, omdat de eerste vier letters van zijn naam de Latijnse afscheidsgroet vale (vaarwel) vormen, en ten slotte van het vee.
Attributen van de H. Valentinus kunnen zijn: een zwaard, een palmtak, een haan als symbool van waakzaamheid. Op afbeeldingen ziet men soms een man die aan zijn voeten ligt, een epilepticus, of een geknielde man die zijn opperkleed aangereikt krijgt (wat mij aan Sint-Maarten doet denken, die zijn mantel deelde met een bedelaar - A.), of met een koe (als schutspatroon van het vee).
Bron: Beschermheiligen in de Lage Landen (ISBN 9077942254) - tekst ingekort