lampion Een lichtje voor Moeder Aarde


een sprookje rond Sint-Maarten


EEN LICHTJE VOOR MOEDER AARDE


Het was al november, de zomer was echt helemaal voorbij en de oude Moeder Aarde zei bij zichzelf: 'Wat is het toch al vroeg donker buiten en wat is het donker bij mijzelf. Hoe zou ik toch kunnen zorgen dat het wat lichter wordt bij mij en bij de andere mensen? Zal ik eens de kabouters vragen of zij een lichtje kunnen vinden of maken?'
Dat doet de oude Moeder Aarde en de kabouters gaan op pad. Terwijl ze aan het zoeken zijn, horen ze van iemand een sprookje dat hen op een idee brengt.

Er was eens een grootvader die een enorme knol in zijn tuin had. Die knol groeide maar en groeide maar. Hij werd zo groot, dat hij bijna niet uit de grond gehaald kon worden.
De oude man haalde de dieren erbij, want dieren kunnen in zulke gevallen erg behulpzaam zijn, maar ook de dieren lukte het niet deze knol uit de aarde te krijgen. Totdat de kleine muis kwam, die thuis is in alle holletjes en gangetjes van de aarde.
Ineens sprong de knol eruit. Grootvader was zo blij, dat hij de knol uitholde en alle dieren wat gaf van het binnenste ervan. In de holle ruimte, die in de knol overbleef, zette hij een kaarslichtje. De knol, die nu prachtig glansde, zette hij voor het raam, zodat alle mensen konden zien dat de knol eindelijk uit de aarde was gekomen.

Na dit verhaal gingen alle kabouters op zoek naar een knol en brachten hem bj de oude Moeder Aarde. Zij deed er een lichtje in en zei: 'Laat nu de winter maar komen. Laat het nog maar donkderder wroden, wij hebben fijn een lichtje.'
In optocht trokken nu de kabouters door het land en zongen:

Ik wandel met mijn lantaren,
mijn lantaren wandelt met mij.
Daarboven stralen de sterren,
beneden stralen wij.




Uit: De feesten van het jaar - ISBN 9025741622


Sint-Maarten | het abc van Sint-Maarten | Sint-Maarten legenden
home | Sinterklaas | mythen, sagen en legenden