Sinterklaas legenden
Onderstaande verhalen komen uit het boek 'Sint-Nicolaas, Leven en legende' (ISBN 9062620817 - Heureka, Nieuwkoop, 1977 - Martin Ebon, Nederlandse bewerking: Marijke van Raephorst). Niet meer verkrijgbaar bij de boekhandel, maar soms wel te koop in de tweedehandssector (al dan niet via internet), zo kom ik er ook aan. De legenden die ik eruitlicht doen het boek tekort, het moet eigenlijk in z'n geheel gelezen worden inclusief de toelichtingen en historische achtergronden. Ook de indeling van het boek is interessant: 'de jonge Nicolaas', 'de strijdende heilige' (Nicolaas was niet zo'n lieverdje), 'Sint-Nicolaas de redder', 'ieders heilige ... of niet?' en er staan prachtige afbeeldingen in. Een aanrader!
- De jood die christen wordt
- De drie studenten
- De verdwenen jongen
- Het graan
- De drie meisjes
DE JOOD DIE CHRISTEN WORDT (mirakelspel, 12e eeuw)
Een christen heeft veel schulden gemaakt en krijgt het gedaan dat een joodse vriend hem een bedrag leent. Wegens gebrek aan onderpand zweert hij bij de ikoon van Sint-Nicolaas dat hij de geleende som zal terugbetalen op de afgesproken datum.
De bewuste dag breekt aan, maar de christen heeft geen lust het geld aan de schuldeiser af te dragen. Als de joodse geldschieter om betaling vraagt, zweert de christen dat hij hem niets schuldig is. Klaarblijkelijk rekent hij op de delicate positie van de joden in een christelijke gemeenschap. Hij brengt zelfs zijn zaak voor het gerecht, in het vertrouwen dat hij de rechter kan overtuigen van zijn onschuld.
De intrige van het verhaal is dat de sluwe christen zijn schuldeiser éven het geld ter hand heeft gesteld en wel op de volgende manier: de wandelstok die hij altijd bij zich droeg had hij netjes uitgehold, het geld erin gedaan en hem, voordat hij de eed moest afleggen voor de rechter, vlug zijn crediteur in handen gespeeld.
Als de jood in het ongelijk wordt gesteld is hij natuurlijk woedend. Hij verlaat de rechtszaal met een smalende opmerking over de heilige Nicolaas, in wiens naam de christen had beloofd het geld tijdig terug te betalen.
Maar Sint-Nicolaas laat niet met zich spotten.
Als de oneerlijke christen naar huis terugkeert, opgetogen over het succes van zijn truc, overvalt hem een hevige vermoeidheid. Hij is niet in staat verder te lopen en moet dus wel op de weg gaan liggen. En niemand is in staat hem te wekken uit zijn diepe slaap.
Daar komt een wagen aan, getrokken door twee ossen. De man ligt midden op de weg, de koetsier ziet het te laat ... en het volgende ogenblik zijn de ossen én de wagen over hem heen gereden. De man is dodelijk gewond en de stok, in tweeën gebroken, toont triomfantelijk het geleende geld dat nu over de weg rolt.
Het ongeluk trekt dadelijk mensen en onze joodse vriend wordt erbij geroepen. Ook de rechter, vergezeld van zijn mederechters, komt zien wat er gaande is. En allen ontdekken de laaghartigheid van de gierige christen.
Daar tijdens het proces Sint-Nicolaas was genoemd, had men het gevoel dat hij ook de hand had in deze vreemde ontknoping. Hij zou zich zeker over de zaak ontfermen.
De jood bevestigt dat het geld in de stok precies het bedrag is dat de christen hem betalen moest. Maar hij weigert het te accepteren nu zijn vroegere vriend levenloos op de weg ligt. Als Sint-Nicolaas zo machtig is dat hij het lichaam van een mens die slecht gehandeld heeft kan laten verbrijzelen, denkt de jood, dan zal hij ook in staat moeten zijn die man weer tot leven te wekken.
De heilige, blijkbaar volkomen overtuigd door dit argument, handelt snel. Nauwelijks heeft de jood zijn gedachten geuit of men ziet de wonden van de man op de weg verdwijnen. Hij staat op en loopt alsof er niets gebeurd is.
Het einde van het verhaal: de jood is door deze wonderbaarlijke gebeurtenis ineens bekeerd tot het christendom en zijn hele familie volgt zijn voorbeeld.

Het getal drie keert vaak terug in de Nicolaaslegenden: drie gouden ballen, drie meisjes, drie generaals (volgt nog) en dan is er nog de legende van de drie studenten, soms ook afgebeeld als kleine jongens, of als mannen met een monnikentonsuur. Hier een korte variant, een van de vele die er bestaan:
DE DRIE STUDENTEN
Drie studenten willen in een landelijke herberg overnachten.
Terwijl ze in diepe slaap zijn berooft de herbergier hen van hun bezittingen. Als hij ontdekt dat zij ook een grote som geld bij zich hebben, steelt hij die en vermoordt daarop de jongens. De drie lichamen verdwijnen, in stukken gesneden en gezouten, in pekeltonnen.
Kort daarna kwam Sint-Nicolaas langs de herberg. Hij wist wat er gebeurd was, wees op de vaten en bracht de studenten op miraculeuze wijze weer tot leven.

De eenvoud en zuiverheid van dit verhaal, dat in vele varianten verschenen is, maakt het tot een van de meest aantrekkelijke legenden over Sint-Nicolaas:
DE VERDWENEN JONGEN
Enige jaren na de dood van Sint-Nicolaas begonnen de bewoners van Myra de herdenking van de heilige te vieren op de 5de december, de vooravond van zijn naamdag. Een heerlijke maaltijd en overal feest! Ongewapend en zich absoluut niet bewust van wat er verder in de stad gebeurde, merkten de inwoners niet dat er op die avond een bende piraten van het eiland Kreta landden op de kust, naar Myra trokken en zelfs de kerk van de heilige Nicolaas binnendrongen. Zij roofden de met juwelen bezette ikonen, miskelken en kostbare altaarstukken. Bovendien namen zij, voordat zij de stad verlieten, de zoon van een der boeren mee als slaaf. De jongen heette Basilios.
Toen de piraten teruggekeerd waren naar hun eiland, koos de emir van Kreta de jonge Basilios als zijn persoonlijke wijnschenker. De hofhouding en het huishoudelijke personeel waren met grote zorg samengesteld en in deze kring werd Basilios opgenomen.
De ouders van de jongen waren ontroostbaar en rouwden om hem alsof hij gestorven was. Zij moeder was zo diep bedroefd dat zij niet meer wilde denken aan een feestdag voor Sint-Nicolaas, maar alleen aan de treurige verdwijning van haar zoon.
Toen een jaar verstreken was weigerde zij dan ook deel te nemen aan de algemene vrolijkheid. Haar man trachtte haar over te halen toch even naar de feestelijkheden in de stad te gaan kijken, maar zij bleef bij haar besluit. Wel wilde zij een rustige herdenking in haar eigen huis vieren.
Juist toen de familie en enkele gasten aan het avondmaal begonnen, hoorden zij de honden op de binnenplaats plotseling heftig blaffen. Zij moesten iets zien of ruiken dat hen schrik aanjoeg. Het hoofd van de familie ging voorzichtig naar de deur van de binnenplaats en daar zag hij, tot zijn verbijstering, zijn zoon staan. Hij was gekleed in een Arabische tuniek en hield een wijnbokaal in zijn hand ... De vader dacht aan een geestverschijning, temeer daar de jongen onbewegelijk, in een vreemde starre houding, bleef staan. Zijn ogen staarden zonder enige uitdrukking in de ruimte en geen woord kwam over zijn lippen. Toen, langzaam, scheen hij er zich van bewust te worden dat hij bij zijn vaders huis stond. Vader en zoon naderden elkaar en toen volgde de vreugdevolle ontmoeting met de hele familie! Goddank geen geestverschijning meer. De jongen die zich nu tussen de anderen aan tafel zette was hun eigen Basilios zoals zij hem altijd gekend hadden. Maar hoe was die wonderbaarlijke terugkeer tot stand gekomen?
Hij herinnerde zich dat hij bezig was met zijn werk voor de emir op Kreta: het uitzoeken van de wijnen, het proeven en schenken en dan het rondbrengen van de bokalen bij de emir en de hele hofhouding. Terwijl hij druk bezig was met zijn taak, werd hij plotseling opgeheven, als door een onzichtbare kracht weggedragen van het paleis van de emir. Natuurlijk was hij hevig geschrokken en juist toen hij wanhopig werd en vreesde voor zijn leven, was de heilige Nicolaas verschenen. Deze keek de jongen diep in de ogen, zegende en bemoedigde hem en bracht hem naar het huis van zijn familie in Myra.
Nu was er geen sprake meer van alleen een rustige viering in huis, de hele stad nam die avond deel aan de grote vreugde en het dankgebed van Basilios' familie. De herdenking van de heilige die gedurende zijn leven hun bisschop was geweest, laaide op als een reusachtig vreugdevuur!

Dat Nicolaas schutspatroon voor de zeevarenden was, heeft sommige historici doen veronderstellen dat een deel van de verering voor Poseidon, de 'god van de zee' voor de Grieken, op Nicolaas was overgebracht. Dit verhaal is zeer betekenisvol en behoort tot de oudste Sint-Nicolaaslegenden. Er bestaan drie verschillende versies uit de vroeg-byzantijnse tijd.
HET GRAAN
In de eerste graanlegende wordt verteld over een hongersnood in Lycia. Nicolaas trachtte voortdurend graan te bemachtigen voor de lijdende bevolking in de provincie.
Op een dag kwamen verscheidene schepen vol graan, op weg van Alexandrië naar Constantinopel, in Andriaki aan en Sint-Nicolaas haastte zich naar de haven. Vurig drong hij er bij de kapitein op aan een deel van de lading achter te laten voor de mensen in Lycia. Maar de kapitein weigerde. "De lading is zorgvuldig gewogen en ik ben bij aankomst verantwoordelijk voor een tekort." Maar de bisschop hield vol en verzekerde hem nadrukkelijk dat hij er geen narigheid door zou krijgen. En eindelijk ging men ermee accoord van ieder schip honderd schepels graan af te staan.
Nu geschiedde het wonderbaarlijke: toen de schepen in Constantinopel arriveerden woog de lading graan even zwaar als tevoren. En toen Sint-Nicolaas het ontvangen graan in Lycia verdeelde, bleek het voldoende voor twee jaar en was er zelfs nog genoeg over om te kunnen zaaien voor de volgende oogsten!
In een andere versie luidt de legende: tijdens een hongersnood ging Nicolaas, vermomd als koopman, naar de kapitein van een graanschip. Hij verscheen in diens droom, kocht graan, overhandigde de kapitein drie goudstukken en zei hem met zijn schip naar Myra te varen. De kapitein, eenmaal wakker de volgende ochtend, dacht het hele voorval gedroomd te hebben. Maar in zijn hand lagen de drie goudstukken! Hij wendde het schip en bracht het graan naar Myra.
Er is nog een andere bewerking van deze versie. Daarin is het schip op weg naar Frankrijk. Sint-Nicolaas dwingt de kapitein een andere koers te varen en geeft hem de drie goudstukken als vooruitbetaling. De kapitein vertrouwt erop dat hij later de hele som zal ontvangen.
De derde versie verplaatst ons in een situatie na de dood van de heilige Nicolaas.
Vijf jaar nadat hij gestorven was ontstond er een verschrikkelijke hongersnood. Nicolaas verscheen aan een van zijn familieleden, Theodolus, en verzocht hem dringend een gebedsdienst te houden in Myra, bij zijn graf. De gelovigen voldeden hieraan. In de nacht daarna was er een hevige aardbeving. De kist in de kapel sprong open en er steeg zo'n sterke geur van myrrhe uit op dat de hongerenden verzadigd werden en blinden en lammen genazen!
Enige dagen later verscheen Nicolaas weer, nu als patriarch. Zijn mijter leek gemaakt van vurige vlammen. Hij wandelde over de golven en ging aan boord van vijf graanschepen die van Cyprus naar Constantinopel voeren. Nicolaas kocht graan, deed een vooruitbetaling en gebood de kapitein naar Myra te varen. Maar de duivel kwam tussenbeide, overtuigde de kapitein ervan dat de hele zaak op bedriegerij berustte en zo veranderde het niet van koers.
Toen er kort daarna een flinke storm opstak en weer bedaarde, veranderde de kapitein van mening en volgde het bevel van Sint-Nicolaas op. Zij landden in Myra, kalmeerden de bevolking, vertelden wat er gebeurd was en verkochten het graan. Toen zij de graftombe van de heilige Nicolaas bezochten, herkenden zij de man die aan hen verschenen was. Zij legden de vooruitbetaling bij het graf, als offerande, en de bevolking vierde feest te zijner ere!

DE DRIE MEISJES
Er leefde in Nicolaas' woonplaats een verarmde edelman. Eens was hij het hoofd van een welvarend gezin, maar nu zijn drie meisjes de leeftijd kregen om te trouwen was hij niet in staat voor de noodzakelijke bruidsschat te zorgen. Toevallig hoorde Nicolaas dat de wanhopige vader van plan was zijn oudste dochter te 'verkopen' (vermoedelijk in de slavenhandel of de prostitutie). Hij wilde dit voorkomen maar zelf onbekend blijven. Daarom knoopte hij driehonderd florijnen in een doek en wierp die, zodra de duisternis gevallen was, door het geopende raam van de meisjes naar binnen.
Nu de oudste dochter was gered kon het gezin een korte tijd gewoon voortleven. Maar zodra het tweede dochtertje de huwbare leeftijd had bereikt, kwam de vader opnieuw in financiële moeilijkheden. Snel herhaalde Nicolaas de hulp die hij ook de eerste keer had geboden. Iets wat de vader gelukkig maakte, maar ook verbijsterde door de geheimzinnigheid rond de handeling.
Toen de derde dochter in gevaar kwam en opnieuw het geld door het venster naar binnen kwam vliegen, verraste de vader Nicolaas, die niet tijdig had kunnen vluchten. Hij dankte en eerde hem zo goed hij kon maar ... het geheim was geen geheim meer. De vader van de meisjes had uitgeroepen: "Als u ons niet op tijd had gered zou ons gezin materieel en moreel te gronde zijn gegaan!" Nicolaas was pijnlijk verrast en had aan de vader gevraagd nooit, zolang als Nicolaas zou leven, iets hiervan aan anderen te vertellen. "Bewaar mijn geheim, in de naam van God, ik vertrouw u volkomen."
Inderdaad heeft de man pas ná de dood van Sint-Nicolaas diens reddende daad bekend gemaakt.
Simeon de Vertaler zag in het geschenk aan de drie meisjes een symbool voor de levenshouding van Nicolaas in zijn latere leven. Misschien is hieruit ook de traditie gegroeid van het cadeautjes geven, een traditie die zo sterk verbonden is aan de naam van deze heilige. Simeon schreef: "Nu deze ene daad aan ons bekend was, waren wij ook in staat al die andere bijzondere daden te begrijpen. Ondanks het feit dat Nicolaas trachtte die geheim te houden en zo de dank van de mensen te ontlopen - steeds meer openbaarde God zijn werkelijke natuur. Zo ontving Nicolaas de eer die hij zelf (in al die daden van naastenliefde) aan God had opgedragen."

De ballade van Sint-Nicolaas | verhalen-index | home | meer Sinterklaas | SNG Vlaanderen
Sint-Maarten | Valentinus van Terni
|