Het eieren kleuren, zoals ze dat tegen de Duitse grens aan doen, is niet echt eenvoudig, maar wel leuk!
Een paar dagen voor Pasen zoeken de kinderen bloemetjes en blaadjes bijeen, zoals madeliefjes, krokussen, bloemtakjes van de hondsdraf, blaadjes van groen gebleven struiken. Eigenlijk alles wat fris groen of kleurig is.
De laatste paar dagen heeft moeder het koffiedik en héél véél uienschillen (de bruine blaadjes) bewaard.
Op vierkante witte lapjes (van een oud laken) eerst een laag uienschillen leggen, dan een dun laagje, mooi gerangschikte bloemetjes en blaadjes en middenin, op het bloemenlaagje een ongekookt ei (van kip of gans). Het lapje voorzichtig om het ei dichtvouwen en met stevig wit naaigaren omwinden, zodat het goed blijft zitten. Het koffiedik in een pan met water roeren en aan de kook brengen. De eieren in de doekjes hierin leggen en 15-20 minuten zachtjes laten koken. De eieren uit het water nemen met de schuimspaan en wat af laten koelen. De draadjes doorknippen, de doekjes en blaadjes verwijderen.
Voor de allermooiste, zacht goudbruin gekleurde eieren met tere pastelkleurtjes van de bloemetjes en blaadjes. Om nooit meer op te eten.
Bron: Streekgerechten uit Nederland - ISBN 90-6291-671-6