HOE HET WINTERKONINKJE AAN ZIJN NAAM IS GEKOMEN ...... en waarom de uil des nachts vliegt
Nadat de vogels waren geschapen, overlegden ze met elkaar over de vraag, wie hunner voortaan koning zou heten. Na lang en wijs beraad, stelde de ooievaar voor, dat wie het hoogste in het luchtruim kon opstijgen, tot koning verdiende te worden uitgeroepen.
Zo gezegd, zo gedaan.
Nu was daar onder al dat gevederte een lief, klein vogeltje, bij welke deze gedachte postvatte: de ooievaar zal het stellig winnen, maar als ik een list gebruik, zal ik nóg hoger kunnen stijgen.
Toen al het gevogelte gereed stond om op te stijgen, wipte het kleine vogeltje ongemerkt op de staart van de ooievaar. Daar klonk het sein - en daar stond heel het vogelenheir (= leger) al op wieken. Al hoger - al hoger - vlogen ze ... maar hoe hoger het ging, hoe meer het moesten opgeven.
De ooievaar steeg het hoogst, en toen de andere vogels hun inspanningen staakten en op hun vleugels gingen drijven, dacht de ooievaar: ziezo, dat is gelukt, ik ga nu ook maar niet hoger, want ik ben nu toch de koning. En de ooievaar bracht zijn vleugels in zweefvlucht. Maar op dat ogenblik steeg het kleine vogeltje van de staart des ooievaars op en vloog hoger dan de ooievaar ooit was geweest. Hij had het dus gewonnen. Hij was nu aller vogelen koning!
Doch daarmee waren niet alle vogels tevreden, want sommige hunner gunden die eer niet aan zo'n klein vogeltje. Daarom wilden de ontevreden vogels hem vermoorden. Ze achtervolgden het kleine vogeltje, dat angstig wegvloog en tenslotte aan zijn belagers ontkwam door in een gaatje van een holle boom te vliegen.
Wat nu? Zij besloten, met elkander de wacht bij de boom te houden en hun koning uit te hongeren. Iedere morgen zou de wacht door een andere vogel worden betrokken.
Op de derde dag was de uil aan de beurt, maar hij viel al wakende ... in slaap, zodat de koning ontvluchtte.
Nu waren alle vogels vertoornd op de uil, en zij spraken het volgende vonnis over hem uit: dat hij voortaan altijd des nachts moest vliegen, omdat hij des daags niet wakker kon blijven.
Men liet het kleine vogeltje nu verder met vrede, omdat het zo listig was en zich toch niet liet vangen. Maar ze wilden hem toch hun ongenade laten voelen en daarom noemden zij hem koninkje. Wij noemen het winterkoninkje, omdat het vogeltje bij ons meer in de winter dan des zomers wordt gezien.
Uit: Friese volkssprookjes, verzameld en naverteld door J.P. Wiersma, uitg. Van Seijen Leeuwarden, 1973
Hier vind je een andere versie van het verhaal van het winterkoninkje.