DE VLOEK VAN NAGELE

Toen de Zuiderzee nog zee was en de vissers er nog de malse bot en de lekkere haring vandaan haalden, meden ze een deel ervan als de pest en de derdedaagse koorts. Dat stuk zee lag tussen Urk en Schokland, eigenlijk een gebied waar ze graag zouden willen vissen. Maar de vaders waarschuwden hun zoons en die waarschuwden op hun beurt weer hun zoons. Zo ging het van geslacht op geslacht. En als er eens een nieuweling kwam, dan werd die spoedig ingelicht: 'Op de Nagel kun je niet vissen. Daar ligt een kerkhof. Op de grafstenen scheur je al je netten stuk. Daar mag je alleen maar overheen varen en dan nog zo vlug mogelijk. Maar gooi er je netten niet uit. Dat zal je berouwen, want er rust een vloek op de Nagel.'
Wanneer de nieuwbakken visserman dan vroeg 'waarom niet?', dan kwam al snel het trieste verhaal: een verhaal van zuipen en vechten; en van de straf die erop volgde.

Nagele was vroeger een rijk vissersdorp. De vis van de vruchtbare Zuiderzee kwam er met volle karen binnen. Het was altijd beste vis, lekker vet en heerlijk van smaak. Want de Nagelers kenden de beste visplekken van de Zuiderzee. Ja, de Nagelers hadden een beste naam als visserman en hun vis had een nog betere naam.
Maar als mens hadden de Nagelers niet zo'n beste naam. Zeg maar gerust dat ze een slechte naam hadden. Gewoon een rotnaam. Dat is vaak het geval als een mens in weelde kan baden. Dan verliest-ie zijn eenvoud van geest en van gedrag. Die van Nagele - het mag hier rustig gezegd worden - waren onmensen. Ze zopen als ketters en vochten dan als beesten. Op een stormachtige dag was het weer eens zo ver. De wind woei niet alleen wild door de bomen van Emmeloord, maar ook in de lijven van de Nagelers. Een groep van die rabauwen was bijeen gekomen in de herberg op de noordpunt van Schokland. Daar stond de bierpul nooit leeg op tafel. In één slok werd-ie achterover gegooid. Klokkend verdween het bier, evenals de jenever.
Waar gedronken wordt ligt de ruzie onder de tafel te loeren. Al voordat de dronkelappen daar bezopen terechtkomen. De wilde woede, de scheldwoorden en de vloeken grolden tegen de bruingerookte zoldering. De messen kwamen uit de schede. Twee razende vissers gingen elkaar te lijf. De messen flikkerden in de ruige, roodbehaarde knuisten. Moordlust brandde in de ogen. Vast hielden ze elkaar omstrengeld. De een gaf niet toe aan de ander. Beiden waren even sterk. De messen zochten een doel. De Dood keek grijnzend toe. De buit was voor hem. Nog maar even ... Toen kwam de pastoor de herberg binnen, gewaarschuwd door de waard. Hij had subiet zijn soutane aangeschoten, zijn gebedenboek gegrepen en wierp zich tussen de vechtenden. Vermanend klonk zijn stem boven het gevechtsrumoer uit. Met de handen omhoog geheven smeekte hij: 'Vrede zij met u. Geen moord en doodslag om Godswil. Werp weg dat mes. Doden is zonde, grote zonde. Geen mens mag moorden.'
Maar de vechtenden gromden om hem, lieten hem niet eens uitspreken. Een van de vechtersbazen, razend omdat men tussenbeiden kwam, vloog op de priester af. Omhoog ging het mes en toen weer neer. Het doorsneed het heilige priesterkleed en doorstak het hart van de pastoor, die ter aarde zonk. Met zijn laatste krachten hief hij zijn handen omhoog. Bijna verstikt door de naderende dood sprak hij de vervloeking uit dat Nagele zou vergaan. De zee zou de onzalige plaats verzwelgen en de vissers zouden van geslacht op geslacht de plek mijden alsof het de hel was. Aan de stenen van Nagele zouden ze hun netten scheuren en het dorp tot in de eeuwigheid vervloeken.

De vervloeking van de Schokker pastoor is bewaarheid geworden. Het water kwam en veegde Nagele van de aardbodem weg. Nagele was niet meer.
Eeuwenlang bruisten er de golven. Men zegt dat bij heel laag tij het dorp nog wel eens te zien was in het water van de Zuiderzee en dat in 1772 de vader van Bruin Visser uit Schokland er een kerkkandelaar in zijn netten heeft opgehaald. Zelfs zou het doopvont dat later in de kerk van Emmeloord stond er zijn opgehaald, evenals zware grijze grafzerken en grauwe brokstukken van huizen, muren en torens.
Herinneringen aan de vloek waaraan Nagele ten onder ging. De vervloeking als gevolg van een priestermoord. Zo komen rabauwen te pas.

Uit: Vertelsels rond de IJsselmond - ISBN 90-288-6335-4

mythen, legenden en verhalen
home