Op een winteravond vergaderde de Kamper raad nog laat in het raadhuis. Gezeten in een halve cirkel rondom de monumentale schouw in de Schepenzaal, die nog altijd bekend staat om zijn schoonheid, besprak de raad de belangen van de stad. De wijnkan ging rond om de kelen te smeren. Rondom het felle vuur van de open haard was een muurtje van koude turven gebouwd, zodat de raadslieden in ieder geval niet door het haardvuur oververhit konden raken.
Helaas hielp het middel niet genoeg, want na verloop van tijd begon het turfmuurtje te branden. De raadslieden riepen de stadhuisbode en droegen hem op een nieuwe muur van koude turven om het haardvuur te bouwen. De man voldeed zwijgend aan de opdracht, maar toen ook deze tweede muur doorbrandde, haalde hij hulpkrachten, die nog meer turven aansleepten en opstapelden. Toen ook deze nieuwe muur doorbrandde en een verzengende gloed de kledij van de raadslieden schroeide, werd even het stadsbelang terzijde geschoven. Met hun gezichten zo rood als de wijn in hun kroezen, wijdden zij zich geheel aan de vraag: wat nu te doen?
Verschillende maatregelen werden door de lieden geopperd. Zij wilden met de brandspuit het vuur doven, maar dan kwamen zij met waterschade in de kou te zitten. Zij wilden alle doofpotten van de burgers opeisen om er de gloeiende turven in te laten verstikken, maar dat gaf ongetwijfeld beroering onder de burgerij.
En toen gebeurde er iets, dat allen tot de enig juiste oplossing bracht. De poes, die gemoedelijk naast de stoel van de stadssecretaris zat, kreeg eindelijk ook last van de hitte. Het dier stond op, ging een meter achteruit en zette daar tevreden haar slaapje voort. De raadsleden schoven toen allen hun zetel een meter achteruit en hervatten het beraad over de belangen van de goede stad Kampen ...
Bron: Kamper Uien - juni 2004 Verkrijgbaar in de webwinkel van VVV Kampen en in regionale VVV-ANWB kantoren - € 1,50