Er was eens een wees die tot een sterke en verstandige jongeman opgroeide. Op een dag gaf zijn tante hem een pijl en boog met de woorden: 'Het is tijd dat je leert jagen. Ga naar het bos en breng voedsel mee terug.' Hij vertrok de volgende morgen en schoot drie vogels. Maar tegen het middaguur kwam de pees die de veren van zijn pijl bijeenhield los te zitten. Hij ging op een platte steen zitten om hem te repareren. Plotseling hoorde hij een diepe stem: 'Zal ik je een verhaal vertellen?' Hij keek op in de verwachting een man te zien staan, maar er was niemand. 'Zal ik je een verhaal vertellen?' zei de stem weer. De jongen begon bang te worden. Hij keek in elke richting, maar kon nog steeds niemand zien. Toen de stem weer riep, besefte hij dat die uit de steen kwam waarop hij zat. 'Zal ik je een verhaal vertellen?' 'Wat zijn verhalen?' vroeg de jongen. 'Verhalen zijn wat lang geleden gebeurde. Mijn verhalen zijn als de sterren, die nooit uitdoven.' Toen de steen zijn verhaal uit had, begon hij een ander. Al die tijd zat de jongen met gebogen hoofd te luisteren. Tegen zonsondergang zei de stem plotseling: 'We zullen nu rusten. Kom morgen terug en breng mensen uit je kamp mee om naar mijn verhalen te luisteren.' En zo gingen de volgende morgen de mensen met hem mee naar het bos. Iedereen legde vlees of brood of tabak op de steen voordat hij ging zitten. Toen alles rustig was, sprak de steen: 'Nu zal ik jullie verhalen vertellen van lang gleden. Sommigen van jullie zullen je elk woord herinneren dat ik zeg, sommigen maar een deel en anderen niets. Luister nu goed.' De mensen bogen hun hoofden en luisterden. Tegen de tijd dat de steen eindigde was de zon al bijna gezonken. Toen zei de steen: 'Mijn verhalen zijn allemaal verteld. Bewaar ze en vertel ze aan je kinderen en aan je kindskinderen en zo voort door de eeuwen heen. En als jullie iemand om een verhaal vragen, geef dan altijd een geschenk.' En zo geschiedde.
Alle verhalen die we kennen komen van de steen en van de steen komt alle wijsheid die we hebben. Dit wordt verteld door de Seneca uit de omgeving van het huidige Toronto in Canada. Stenen zijn de beenderen der aarde; ze leven en moeten met respect worden behandeld.