DE TWAALF MAANDEN

In een klein dorpje in Bohemen leefde eens een oude vrouw met haar dochter en stiefdochter. De vrouw aanbad haar eigen kind, maar haar stiefdochter kon bij haar geen goed doen.
Op een barre winteravond maakte de wrede stiefmoeder de deur van de hut open en zei tegen haar stiefdochter dat ze in het bos sneeuwklokjes moest gaan plukken voor haar zusters verjaardag de volgende dag. Natuurlijk wist ze heel goed dat sneeuwklokjes pas in maart opkomen en het was nu januari.
Het meisje ging op pad in de sneeuwstorm en zag tot haar verbazing na een tijdje een lichtje flikkeren tussen de bomen. Daarna rook ze het warme vuur en hoorde ze het gekraak van brandende houtblokken. Voordat ze er erg in had, was ze op een open plek beland; rond een vuur zaten twaalf mannen rustig te praten. Drie waren er oud, drie van middelbare leeftijd, drie jong en drie nog maar jongens. Het waren de Twaalf Maanden!
Nadat ze haar komst had verklaard, praatten de Maanden onderling. Ze kenden haar heel goed; zij diende alle seizoenen als hulpje, ze waste kleren in een wak in het ijs, ze verzamelde hout in het bos. Daarom besloten ze haar te helpen met het plukken van de sneeuwklokjes. Broeder Maart vroeg de oude Januari en Februari om voor één uur hun plaats in te nemen en zo deden ze. Onmiddellijk strekte zich een tapijt van bruine aarde onder haar voeten uit en verschenen er knoppen aan de takken. De aarde was overdekt met sneeuwklokjes. Het meisje plukte een mandvol en snelde terug naar de open plek. Maar die was leeg.
Ze rende naar huis met haar mandje bloemen. Nadat ze haar verhaal had verteld, haastte de stiefzuster zich naar het besneeuwde bos voor een nog grotere beloning van de Twaalf Maanden. Toen ze hen bereikte, zaten ze rond het vuur, maar ze herkenden haar niet en in antwoord op haar verzoeken wakkerden ze vertoornd een sneeuwstorm aan die haar al spoedig opslokte. Toen haar moeder haar ging zoeken, kwam ook zij in een sneeuwstorm terecht en stierf.
Het meisje leefde voortaan tevreden in haar hutje. En rondom, zo zegt men, kwam een wonderschone tuin op; de rozen bloeiden er, de bessen rijpten en appels en peren groeiden het hele jaar in overvloed. Immers, de Twaalf Maanden bezochten haar elke dag van het jaar.

mythen, legenden en verhalen
home