KLEINE GELIJKENIS
een oude dominikaan, die heel
zijn leven lang had gebeden, kwam
in de hemel. hoopvol vroeg hij: Heer,
mag ik roken onder het bidden?
nee, sprak de Heer. de monnik bad
en bad, zonder morren, als altijd, tot
hij een wolk zag, met twee jezuïeten, aan
enorme sigaren lurkend.
en die dan, Heer, wees hij. o, dat,
sprak de Heer, is heel wat anders: die
hebben gevraagd of zij onder roken bidden mochten.
- C. Buddingh' -
TRAPPIST
Trappist: zo noemen wij een kloosterbroeder
Die bier brouwt en daarbij voortdurend zwijgt
Zijn bier dat, anders dan verslavend poeder
Reeds eeuwenlang in aller achting stijgt
Verdient dat gunstig oordeel ook beslist
Zorg wel, dat u er niet te veel van krijgt -
Zich dan in uw sociale rol vergist
En tot verdriet van uw bejaarde moeder
Op rolstoel, rolgordijn en roltrap pist.
- Drs. P -
NONNENGERUIS
Ik las dit woord laatst in een boek
van de geleerde Peperkoek.
Het lag me heerlijk in 't gehoor
en kwam me zeer verheven voor.
Helaas: dit woord voor een gedicht
is, als ik goed ben ingelicht,
voor velen meer een soort van vloek,
zo leerde m' althans Peperkoek.
't Heeft niets te maken met het gaan
van nonnen door een kloosterlaan.
Mijdt het integendeel veel eer,
want 't is een ziekte en niets meer.
- Carel C. Scheefhals -
(Van Dale: nonnengeruis = suizend geluid dat men met de stethoscoop bij de halsader kan waarnemen - A.)
DE MIDDELEEUWEN
Wat waren ze mooi
wat duurden ze lang
de gregoriaanse zangen
de geborduurde kazuifels
de beloofde bedevaarten
de kloosterlijke maaltijden
de primitieve exempels
de gebrandschilderde ramen
de gebeeldhouwde kathedralen
de pontificale missen
de gefundeerde jaargetijden
de eeuwige geloften
de gemijterde abten
de kerkelijke tienden
die naar de hemel kreten
om wraak
omdat de pest
geen pest was
maar honger - niet
de genade ontbrak
de heiligmakende
(heiligen zat)
en die van staat
(standen zat)
maar het eiwit
in het zwartbrood
zonder vlees
of vis.
Broeders
spoelden prevelend
elke ochtend
de hoge pot
van hun abt.
Monniken
schreven ijzeren leugens
tot gouden legenden
de punt van hun neus
op het perkament
hebben ze het evangelie
meer verlucht
dan gebracht.
Later hebben ze
hun precisieprenten
geprojekteerd
in de ramen
kousen en kleuren
zegevierden
over het bleke geweld
van de kuiten:
met de hemel
in het raam
keken ze nooit
meer naar buiten.
Oh wat waren ze mooi
en wat duren ze lang
nóg wijdt de prelaat
met kwistige kwast
zijn prinselijk paard
zijn zilveren sporen
zijn ijzeren zwaard.
Het eucharistisch congres
in zuid-amerika
lex orandi
lex credendi
gouden monstrans
om een kruimel brood
wie bidt
wordt zalig wie
niet meebidt
gaat gewoon
van de honger dood.
- Jan Elemans -
|