OVER DE PORTIER WERD NOOIT GESPROKEN ... 'Hoe ver nog, Jos?' Jos wees op een uit de duisternis opdoemend afstandsbord. 'Nog 22 kilometer.' 'Pfff, dat is nog zeker twintig minuten rijden in deze roestige rotbak.' 'Je kan ook gaan lopen als het je niet bevalt', gromde Jos, die bijna kramp kreeg in zijn plankgasvoet. Hij keek opzij naar zijn hoogzwangere vrouw. 'Kan ik het helpen dat jij in die toestand verkeert? Eigen schuld, dikke bult, had je maar niet vreemd moeten gaan.' 'Begin je weer? Voor de zoveelste keer: ik ben niet vreemd gegaan. Ik heb me alleen maar laten verleiden. En 't was bovendien een keurige man, beter gekleed dan jij, met je smerige overall. Had je niet iets anders aan kunnen trekken?' 'Daar hadden we nogal de tijd voor, met die huisbaas op de stoep. Nog mazzel dat we via de achtertuin konden wegkomen. Heb jij het hoognodige nog in die weekendtas gepakt?' Zij vrouw knikte. 'Weet jij zeker dat er nog kamers zijn in dat motelletje dat jij kent?' 'Zeker weten niet, maar weet jij dan wat beters?' Een tijd lang reden ze zwijgend verder, omdat het knap vermoeiend was om je boven het geraas van de oude bestelwagen verstaanbaar te maken. 'Daar, nog acht kilometer', zei Jos opeens. Hij ging wat verzitten en klemde zijn handen om het stuurwiel. Als er inderdaad maar plaats zou zijn in dat motel, bedacht hij zich. Je wist dat tegenwoordig nooit, tenzij je telefonisch reserveerde. Maar ja, de telefoon thuis was ook al afgesneden wegens wanbetaling. Gelukkig had hij nog wat geld gevangen van een paar klusjes die hij zwart gedaan had, dus voorlopig konden ze nog vooruit. Marie, zijn vrouw, steunde met haar handen op haar dikke zwangere buik. 'Nog even volhouden, we zijn er nu zo', zei Jos. 'Kijk, daar om die bocht links ligt 't.' Het parkeerterrein was vol. Meest wat duurdere auto's en een enkele auto in de populaire prijsklasse. 'Ik ga wel even informeren, blijf jij maar in de wagen.' De nachtportier frommelde haastig een pornoblaadje onder een krant toen hij Jos binnen zag komen. 'Een kamer voor 2 personen voor 'n dag of twee, drie', zei Jos. 'Vol', zei de man. 'Dan 'n eenpersoonskamer voor 2 personen, met een tweede bed erbij.' 'Vol', zei de man weer. 'Maar we hoeven 'm niet met bad of douche te hebben, alleen maar om te slapen!' Jos legde een bankbiljet op de balie. De portier griste het bankbiljet weg en stopte het achteloos in de zijzak van z'n colbert. 'Luister eens, vader. Als je 'n wip wilt maken, moet je er nog zo'n biljetje bijleggen, en dan zal ik wel eens kijken of we echt vol zijn.' Jos begon zijn geduld te verliezen. 'Ik kom hier niet om 'n wip te maken, ik kom hier om te slapen, man. Samen met mijn eigen vrouw die overigens hoogzwanger is. Meer smeergeld heb ik er niet voor over.' De portier keek hem enige tijd zwijgend aan. 'Wat is je beroep?' vroeg hij toen. 'Timmerman', zei Jos. 'Mooi', zei de man. 'Ik doe je het volgende voorstel. Vannacht ben ik inderdaad vol, maar morgenochtend komen er weer een paar kamers vrij. Je kunt zolang in de garage wat ruimte zoeken. Er staan maar een paar auto's en ik zal voor een paar opklapbedden zorgen. Maak het je daar maar gemakkelijk. Over de betaling worden we het wel eens, want ik heb nog wel een paar klusjes voor je. Ga je vrouw maar halen. Oh, is dat ze?' Marie was inmiddels het wachten moe en Jos achterna gekomen. 'Hebben ze een kamer?' vroeg ze. 'Nee, maar we moeten maar voor een nacht in de garage pitten.' 'Ik? Ik in mijn toestand in een garage slapen? Ben jij helemaal bedonderd? Denk toch eens even na, man! Volgens mij moet ik hier nog bevallen ook, ik voelde daarnet al iets dat veel op 'n wee leek!' 'Nou dan kun je al helemaal moeilijk buiten slapen, nietwaar? Hier heb je tenminste nog een dak boven je hoofd, ook al is het maar een garagedak, en morgen komen er kamers vrij, heeft die portier gezegd.' Een half uur later lag Marie te bevallen op een stretcher, die in de haast was neergezet in een hoek van de garage, tussen gladde banden, gereedschap en een rek met uitlaten. De nachtportier had z'n colbertjasje uitgetrokken en hielp met de verlossing, terwijl Jos af en aan sjouwde met emmers water en handdoeken. ''t Is een jongen', zei de portier opeens. 'Ja hoor, een jongen.' 'Jezus', zei Jos. 'Jozef', zei Marie. 'Christus', zei de portier. uit: Het alternatieve kerstboek - ISBN 90-6555-406-8
|