Voor het deeg:-
4 eieren
- 1 theelepel geraspte citroenschil
- 100 gram (fijne) kristalsuiker
- 100 gram bloem
- 100 gram harde boter of margarine
- 3 eetlepels lauw water
Voor de vulling:- 35 gram rozijnen
- 35 gram krenten
- 2 eetlepels kokend water
Voor de garnering:- poedersuiker
Verder:- tulbandvorm (1.3/4 liter)
- 1 klein cakevormpje
- boter of margarine voor het bestrijken van de vormen
- bloem voor het bestuiven
|
Ik begin met een waarschuwing, die in veel gevallen - en ook in mijn bron - niet gegeven wordt, met alle gevolgen van dien:
De bedoeling van dit recept is een tulband met daarbovenop, los, een klein cakeje van hetzelfde deeg (een torentje als het ware). Dat cakeje heeft een kortere baktijd dan de tulband. Er zijn twee verleidelijke opties: 1. tegelijkertijd in de oven zetten en het torentje er eerder uithalen dan de tulband, 2. het torentje na 35 minuten bij de tulband in de oven plaatsen. DOE DIT ECHTER NIET: hoogstwaarschijnlijk stort je tulband in! Bij dit soort cakeachtige baksels moet je nooit de oven openen tijdens het bakproces! Er zijn slechts twee opties: 1. bak eerst de tulband en daarna het cakeje (of andersom), 2. laat het torentje weg (dat is methode Annabee, want na het aansnijden is het mooie er tóch af).
Vet de vormen in met boter en bestuif ze met bloem.
Wel de rozijnen en de krenten een kwartier in de twee eetlepels kokend water.
Splits de eieren en doe de dooiers en de eiwitten in twee aparte beslagkommen, met name die voor de eiwitten moet absoluut vetvrij zijn. (Neem voor de dooiers een grote kom, want dat is de kom waar straks alles in gemengd wordt.)
Zeef de bloem boven een ruim bord. Snijd de boter met een mes in kleine stukjes door de bloem.
Klop de eidooiers met 75 gram van de suiker en de citroenrasp schuimig. Klop het water er lepelsgewijs door en blijf kloppen tot het een dik-schuimige massa is.
Klop de eiwitten stijf met schone gardes. Klop de resterende 25 gram suiker er lepeltje voor lepeltje door, tot de eiwitten zo dik en stevig zijn dat een met een lepel getrokken groef duidelijk zichtbaar blijft.
Verwarm de oven voor op 150 graden.
Dep de krenten en rozijnen droog met een schone theedoek of keukenpapier en schep er wat bloem door.
Schep het eiwitschuim op de dooiermassa, daarop het bloem-botermengsel en daarop de rozijnen en krenten. Spatel alles luchtig door elkaar (niet kloppen!).
Vul de tulbandvorm en het cakevormpje voor driekwart met het deeg. Bak de tulband en het torentje in respectievelijk 60 en 25 minuten gaar in de voorverwarmde oven, op een rooster vlak onder het midden van de oven. (Ze zijn gaar als een tot het midden gestoken breinaald er droog uit komt.)
Keer de tulband en het cakeje op een met poedersuiker bestoven bord/schaal (beter is: een paar minuten laten afkoelen in de vorm en vervolgens op een taartrooster* keren; de afgekoelde tulband laat zich makkelijk alsnog verplaatsen naar een schaal). Het kleine cakeje op de tulband zetten en het geheel bestuiven met poedersuiker vóórdat het gebak geheel is afgekoeld. (Sneeuwsuiker is handiger, want dat smelt niet, maar het is niet overal verkrijgbaar. Ik weet dat Buiter het verkoopt, maar verder verder ben ik onbekend met verkoopadressen.)
Opmerking:
In dit recept worden krenten en rozijnen gebruikt, deze kunnen eventueel vervangen worden door wat in huize Annabee 'enge vruchtjes' heten, van die groene en rode, of een combinatie van 'enge vruchtjes' en krenten/rozijnen. De 'enge vruchtjes' hoeven niet te wellen, maar ik zou ze wél in kleinere stukjes snijden.
* Meer over taartroosters
|