Een gereconstrueerd recept uit de vroege middeleeuwen, oorspronkelijk bereid in een grote ketel boven een open kampvuur en thuishorend op een kerstfeest in Dorestad. De authentieke ingrediënten zijn écht belangrijk. Deze pudding is zoet door de gedroogde vruchten. Hij is ongeveer zo groot als een voetbal, weegt bijna 4 kilo, ziet er heel vies uit en is erg lekker, maar ook erg machtig. Het is de oermoeder van alle plum-puddings, waar Engeland nog altijd trots op is. Reken een paar uur werk voor de voorbereiding en een uur of acht voor het koken: een aardig dagje werk. Tijdens het koken moet je in de buurt blijven, maar je kunt wel wat anders gaan doen. De smaak is heel vreemd, in de zin van: onbekend, niet vertrouwd, anders. Het is wel lekker, maar ook bevreemdend: een tijdreis in de mond. Bron: Wat de pot schaft - De geschiedenis van de dagelijkse maaltijd.
Uit: Wat de pot schaft - De geschiedenis van de dagelijkse maaltijd
De amandelen in een zeef in kokend water dompelen en meteen onder koud water afspoelen. Ze vervolgens door de gehaktmolen draaien. 1 ei door de amandelmassa mengen (zo min mogelijk met de handen aanraken!) en koel wegzetten.
De pruimen ontpitten en klein snijden. De dadels klein snijden (minstens in vieren). Het totaal aan (gesneden) vruchten wegen en met krenten aanvullen tot een gewicht van 1,5 kilo.
Het witbrood malen of fijnstampen tot kruimels (géén paneermeel gebruiken!).
De 6 eieren loskloppen in een hele grote kom. In volgorde erdoor mengen: de broodkruimels, de reuzel en de amandelmassa; daarna de vruchten erdoor kneden.
De saffraan even weken met een paar eetlepels mede en wat heet water en dan toevoegen.
De boter uitsmeren over een dicht geweven doek van linnen, desnoods katoen; voor deze hoeveelheid kan een kussensloop handig zijn. Neem zo nodig meerdere lagen stof. Leg de puddingmassa in de doek en knoop deze dicht, niet al te stijf om de klont heen; hij zet niet veel uit, maar wel een beetje.
Breng water aan de kook in een grote pan (ongeveer 10 liter). De 'klont' moet er in elk geval vrij - maar liever ruim - in kunnen hangen. Hang de klont in zijn zak in het kokende water en laat hem ongeveer 7.1/2 uur hangen. Het water moet maar nét koken. De klont mag beslist niet droogvallen.
Bewaar de klont na het afkoelen in een schone doek, gedrenkt in mede. Wees vooral niet zuinig met vocht, schenk er vaak wat bij en pas op dat er geen schimmel bij komt. De klont kan rustig een dag of wat liggen 'zuigen' (op een koele plek) voor hij gebruikt wordt. Dit voorkomt dat hij te kruimelig is.
De afgekoelde, met mede besprenkelde, klont doormidden snijden. De twee halve bollen op een grote schaal of plank zetten. Parten snijden of porties met de lepel uitscheppen.