Drie arme koningen
door Willem Wilmink
Drie koningen moesten naar Bethlehem rijden,
hun karretje ging langs berg en dal.
Een ster in de nacht zou hen steeds begeleiden
tot aan dat kindje daarginds in de stal.
Ze gingen op reis, blijmoedig van hart,
twee waren er wit en een was er zwart.
Ze hadden voor 't kindje cadeaus meegenomen:
een had speculaas in de vorm van een pop,
de tweede was op de gedachte gekomen
van zeven kilo Engelse drop.
En de zwarte koning uit verre land
had heerljke rijst met kousenband.
Elke dag moesten die koningen eten,
want anders gingen die koningen dood.
Dus lieten ze bij alle woningen weten:
wij hebben behoefte aan melk en aan brood.
't Ging allemaal prima, tot in de woestijn,
waar bijzonder weinig woningen zijn.
Toen hebben ze stil bij elkander gezeten:
wat moesten ze doen? De pop en de drop
en de rijst met kousenband op gaan eten?
Jawel hoor, ze aten het allemaal op.
Kotsmisselijk zijn ze toen verder gegaan
tot waar de ster bleef stille staan.
'Maria! Wij hadden elk een cadeautje,
maar we aten het allemaal op ...'
En het Christuskind zat daar in zijn blootje
en vond het een prachtige mop.
Dat Christuskindje, zo klein en teer,
dat lachte toen voor de eerste keer.
Sindsdien zijn de moeders taarten gaan bakken
en in elke taart zit een boon.
Heeft er dan iemand zo'n boontje te pakken,
dan krijgt-ie een koningskroon.
En zo werd Filips koning van Spanje
en zo komen wij aan ons huis van Oranje.
feestdagen | driekoningen | jaarwisseling | kerst (verhalen) | verhalen-index www.annabee.net | poëzie | home
|