Driekoningen (op 6 januari) is het feest waarmee de 'Kerstkring' van twaalf dagen wordt afgesloten. Deze Kerstkring begint met de nachtmis op kerstavond. In Engeland heet het driekoningenfeest nog steeds Twelfthnight. In Nederland werd de zesde januari ook wel Dertiendag genoemd en driekoningenavond heette toen wel Dertienavond.
Driekoningen is in verscheidene Europese landen lang als huiselijk feest gevierd, de zesde januari werd beschouwd als het hoogtepunt van de winterse feestvreugde. In elk gezin werd een enorm feestbrood (Driekoningenbrood recept 1 of recept 2) gebakken, rond van vorm en met een glimmende korst, en in dat brood waren een boon en een erwt verborgen. Wie de boon vond werd tot koning gekroond en de vindster van de erwt werd koningin. De koning ging zelf voorop in de stoet sterrenzangers*.
Zelfs echte koningen hebben het spel meegespeeld: zo vond Willem de Derde op Driekoningen in 1662 de boon in het driekoningenbrood, waarop hij in volle ernst tot 'koning' uitgeroepen werd.
Voorafgaand aan het smullen van het driekoningenbrood werden drie kleine kaarsen aangestoken, waar de jongte kinderen van het gezin overheen moesten springen, zonder de vlammetjes te doven. Vervolgens hing men de prenten en koningsbrieven op, die men elkaar had gestuurd. Daar waren prachtstukken bij, in hout- of kopergravure; de oudstbekende stamt uit 1577 en is in Brugge gedrukt.
De koningsbrief (afbeelding volgt nog) werd ook wel de 'trekbrief' genoemd en was een spel*. Eigenlijk was het een prent, maar dan van zeer groot formaat en verdeeld in zestien kleine prenten, die een koning, een koningin en de hovelingen voorstelden, met daarbij een toepasselijk rijm. Bij de koning stond bijvoorbeeld:
Mits ik heden ben uw Koning
Lieve vrienden in deez' woning,
't Is mijn wil en mijn bevel
Dat gij hier drinkt en sneukelt wel!
[sneukelt=snoept]
* Later meer over de sterrenzangers en het koningsspel.
Door alle eeuwen heen is het driekoningenfeest gevierd. Zelfs in het dagboek van Heemskerk en Barendsz (overwintering op Nova Zembla) staat op 6 januari 1597:
Tussen al het verdriet vermaakten wij ons met een gespaard rantsoen wijn en een pannekoek in olie gebakken. Ter ere van Driekoningen!
Een mooie beschrijving van het Nederlandse driekoningenfeest is te vinden in een kroniek uit 1614 van de Spaanse kapitein Alonso Velasquez:
Op driekoningendag en de avond te voren wordt in elk huishouden een koning door het lot aangewezen. Ieder moet hem gehoorzamen en onderdanig dienen. Als hij drinkt, juicht men hem luidruchtig toe. Van daags voor Kerstmis tot Driekoningen toe, die zij Dertiendag noemen, plaatsen zij in elk huis achter de vensters die op straat uikomen, dertien waskaarsen op een rij. Die kaarsen zijn ter herdenking van de dertien nachten tussen Kerstmis en Driekoningen. Al die nachten lopen ze bij elkaar in en uit en bedrinken zich.
Driekoningen was een gezellig en vrolijk feest, in veel huiskamers overstraald door het licht van de koningskaars, zoals die op een schilderij van Jan Steen nog te zien is (zie afbeelding). Meestal was de middelste kaars zwart: het Moorke.
In de 17e en 18e eeuw verzetten de (Calvinistische) gelovigen in Nederland zich tegen de Driekoningenviering. Sterrezangers en koningsprenten, het branden van kaarsen en het zingen van liederen, het mocht allemaal niet meer. Zelfs het feestje in huiselijke kring werd verboden.
Pas op: Na Driekoningen nog kerstversiering in huis hebben, brengt ongeluk!
350 gram bloem - 15 gram gist - plm. 2 dl lauwe melk - 1 eierdooier - 50 gram gesmolten boter of margarine - 1 eetlepel suiker - 7,5 gram zout - 1 gepelde amandel of een witte boon - geraspte schil van 1 citroen - 1 ei om mee te bestrijken
Maak een brooddeeg zoals je gewend bent (tip). Is het deeg gerezen, maak er dan een bol van 20 cm middellijn van en stop de amandel of de witte boon in het deeg. Leg de bol op een bakblik, waarvan alleen het plekje waar het brood op wordt gelegd is besmeerd. Druk de bol wat plat aan de onderkant. Knip er nu in het midden een kruis in (+) en knip de bovenrand eveneens in, maar raak hierbij de kruisvormige insnijding niet. Laat het brood nogmaals op het bakblik rijzen. Bestrijk de bovenkant en de zijkanten vervolgens met losgeklopt ei en bak het in de voorverwarmde oven gaar en goudbruin (200 graden, 30-40 minuten).
OF: Knip er geen kruis in en laat het brood als een gladde bol rijzen, bestrijk het met ei, bak het en laat het afkoelen. Bestuif het dan met een 'ster' van gezeefde poedersuiker. Knip hiervoor een cirkel van papier, van dezelfde middellijn als het gebakken brood, en knip hier een 'ster' in. Leg deze op het brood, bestuif dit sjabloon met poedersuiker en haal het papier er voorzichtig af. Er staat dan een ster van poedersuiker op het brood afgetekend.
DRIEKONINGENBROOD recept 2
Recept uit het Oetkerboekje 'Bak met plezier', vandaar Oetkerproducten bij de ingrediënten; die zijn prima, maar je kunt uiteraard ook producten van andere merken gebruiken!
Maak de helft van de melk lauw en vermeng de gist met 1 theelepel van de suiker. Giet de lauwe melk erop en laat het zo 10 minuten staan. Smelt de boter in een pannetje (niet bruin laten worden!) en laat ze weer afkoelen.
Zeef de bloem en doe deze samen met het zout en de rest van de suiker in een kom. Maak een kuiltje en giet hierin de gistoplossing, de rest van de melk, de gesmolten en afgekoelde boter, de eierdooier en enkele druppels amandelaroma. Kneed een soepel en elastisch deeg en laat het een half uurtje rijzen op een warme plaats. Beboter de bakplaat. Kneed het deeg na het rijzen nog eens flink door en vermeng het met de amandelspijs. Vorm een ronde platte bol en steek de amandel ergens in het deeg. Knip het platte ronde brood langs de bovenrand op 1.1/2 cm in, zodat het brood op een kroon gaat lijken. Laat het deeg nog eens 30 minuten op de bakplaat rijzen. Verwarm intussen de oven voor op 200 graden. Bak het brood in 30 minuten gaar in de voorverwarmde oven. Knip van papier een ster, leg deze op het afgekoelde brood en bestrooi het brood met poedersuiker. Neem vervolgens de papieren ster van het brood, de ster staat dan (zonder poedersuiker) op het brood afgetekend.
Voor welk driekoningenbroodrecept je ook kiest: Wie aan tafel het stuk met de amandel of de boon treft moet trakteren!
KONINGSPUNCH
Dit is weliswaar geen 'echte' driekoningendrank, maar de benaming ervan én het feit dat het een typische winterdrank is, is voor mij aanleiding genoeg het recept hier te plaatsen.
Het sap van 12 citroenen en 12 sinaasappels met 1 kilo suiker en een halve liter water aan de kook brengen. In laten koken tot het een dikke siroop is; zo nodig afschuimen.
Van het vuur nemen en als de siroop enigszins afgekoeld is er 3 flessen mousserende witte wijn en 1 fles arak (= rijstbrandewijn*) bij schenken. Goed doorroeren.
* gewone brandewijn mag ook, als je geen arak kunt krijgen
Jan Steen, Driekoningenfeest (1662), Oil on canvas, 131 x 164.5 cm, Museum of Fine Arts, Boston