home
artikelen-index

-------------------------

Sipelsop (Friese uiensoep)


Ik kan me voorstellen dat de lezer hier mompelt: 'Je moet maar brutaal wezen! Hoe durven ze een Parijse uiensoep op te dienen als een Fries gerecht?'
Welnu, wij durven dit. En wel om de volgende redenen:

Ten eerste: de Franse origine van de uiensoep staat historisch niet vast. Wij hebben hierover met de bekende Friese grondigheid enkele standaardwerken geraadpleegd, zoals
a. Die absolute Zwiebelsuppe - Von Ewald dem Dritten (784) bis Friedrich den Grossen (Prof.Dr. Gótz von Herrlichingen).
b. La cuisine exotique, insolite et érotique par Maître Ed.Ch. Izzo, Chap. 13: les oignons et ses possibilités.
c. Dollen met knollen en bollen, door mevr. Henriette Hazepriet-Doffegnispel, uitgave van het damesblad La Belle.

Het merkwaardige is nu, dat in geen dezer werken de uiensoep als Frans gerecht wordt aangetroffen vóór 785, het jaar waarin la mère Oisard d'Ironde 'ene aangenaam smaackende soupe, toebereid met het blonde knolgewas' (wij hebben het maar even voor u uit het oud-Frans vertaald) als eigen vinding proclameert. Daarentegen verhaalt Berber Wiarda van Deinum al in 687 van de door haar bereide sipelsop, die bij de toenmalige magistratuur dusdanig in de smaak viel, dat aan de kerkarchitect Rinse Rinstra de opdracht werd gegeven de toren van Deinum te bekronen met een Sipel in plaats van de tot dan toe gebruikelijke gravenkroon. Dat die toren pas eeuwen later tot stand kwam wordt toegeschreven aan de aangename loomheid, welke het voortdurend nuttigen van sipelsop over het merendeel der bevolking deden komen.
De Friese herkomst van de sipelsop wordt bovendien bevestigd door de sinds 964 in zwang zijnde haarmode, die voorschreef dat het dameskapsel in een knoedeltje moest eindigen, in vorm gelijkend op 'ús wurdearre sipeltsje'.
Bovendien: een gerecht kreeg ook vele malen niet het stempel opgedrukt van het land van herkomst, maar werd genoemd naar die oorden waar men het 'geïmporteerde nieuwtje' het meest wist te waarderen. De tabak bijvoorbeeld, toch zeker van indiaanse oorsprong, wordt door niemand meer als indiaans kruid beschouwd. Door Sir Walter Raleigh kreeg het voor altijd een erkend Engels karakter. De nasi goreng, werd door onze kolonialiserende voorouders voorgoed tot een Nederlandse hap omgevormd. In Indonesië kent men het in onze samenstelling niet eens.

Ten overvloede kan een schotel ook worden gekenmerkt door dat, wat er NIET in zit. En wat mist men in onze Fryske sipelsop? Inderdaad: de 'ail', het teentje knoflook, waar de Fransen zo algemeen en letterlijk mee geuren. Die afwezigheid van de knoflook uit-de-knijper maakt het overwaarschijnlijk dat de eer van de ontdekking wel degelijk toekomt aan Berber van Deinum en NIET aan la Mère Oisard d'Ironde.

Over de herkomst van de uiensoep, vanuit het Friese standpunt bekeken. De tekst neem ik letterlijk over, de woorden 'onze' en 'wij' staan voor de samenstellers (Friezen uiteraard) van het boek 'De Welkokende Vriesche Keukenmeid', waaraan ik dit artikel ontleend heb.