Toen begonnen ze plechtig om Alice heen te dansen. Zo nu en dan trapten ze haar op de tenen als ze te dicht bij haar kwamen en zij wuifden met hun voorpoten om de maat aan te geven, terwijl de Soepschildpad heel langzaam en treurig zong:
'Loopt u toch een beetje vlugger,' zei een witvis tot een slak, 'Er zit een bruinvis op mijn hielen en die trapt me op mijn hak. Kijk de zeekrab en de schildpad zwemmen samen naar de kant, En de anderen staan te wachten om te dansen op het strand. Danst u nu met me mee, danst u niet met me mee, Danst u nu met me mee, we dansen hand in hand, We dansen eerst naar voren, dan naar de andre kant, En we dansen hand in hand.'
'O het zal zo prettig wezen, u heb werklijk geen idee, Want zij gooien u tenslotte als een zeekrab in de zee,' Maar de slak was 't te lang zwemmen en zij keek eens naar de kant, En zij dankt de witvis vriendlijk, maar zij danst niet op het strand. Zij danst niet in de zee, zij danst niet met hem mee, Zij danst niet in de zee, zij danst niet hand in hand, Zij danst niet eerst naar voren, niet naar de andre kant, Zij danst niet hand in hand.
'Wat geeft het nu hoe ver het is,' zei de verliefde vis, ''k Weet zeker dat het andre strand nog heel wat verder is. Het Engelse is 't verste af en 't Franse aan deze kant, Neem uw gemak mijn lieve slak, maar dans met mij op 't strand. Danst u nu met me mee, danst u niet met me mee, Danst u nu met me mee, we dansen hand in hand, We dansen eerst naar voren, dan naar de andre kant, We dansen hand in hand.'
'Dank u, 't is een heel interessante dans,' zei Alice, die heel blij was dat het eindelijk uit was, 'en dat liedje over die witvis vind ik erg leuk!' 'O ja die witvis,' zei de Soepschildpad, 'je kent hem natuurlijk -' 'Ja,' zei Alice, 'bij het eet-' - ze slikte de woorden haastig in. 'Nu,' zei de Soepschildpad, 'dan weet je ook hoe witvissen er uit zien.' 'Zeker,' zei Alice peinzend, 'ze hebben hun staart in hun mond en ze zijn helemaal bedekt met paneermeel.' 'Dat is niet waar,' zei de Soepschildpad, 'dat paneermeel zou afspoelen in zee. Maar ze hebben inderdaad hun staart in hun mond en de reden daarvan is -' Hier geeuwde de Soepschildpad en sloot zijn ogen. 'Vertel jij het haar,' zei hij tot de Griffioen. 'Ze wilden met de kreeften dansen. Ze werden in zee gegooid. Ze moesten een heel stuk vallen. Hun staarten kwamen in hun mond. Ze konden die er niet meer uit krijgen. Dat is alles.' 'Dank u,' zei Alice, 'dat is heel interessant, ik heb nog nooit zoveel over witvissen geweten.'