Er was eens een aardappelkoning en die woonde in een kist in een donkere kelder.
Op een dag riep hij: "Ik wil niet gekookt en gewassen worden!"
Drie weken later kwam een oude oma de kelder binnen om aardappels te halen. Daar was ook de aardappelkoning bij.
Toen de oma in de tuin liep sprong de aardappelkoning uit de mand en 1-2-3 rolde hij weg.
Toen kwam de egel Mecki, die zei: "Ik wil je opeten!" De aardappelkoning sprak echter: "Nee, de oude oma heeft me niet
gekregen en jij, egel, krijgt me ook niet" en hij rolde 1-2-3 weg.
Toen kwam de haas Hoppel en die zei: "Ik eet je op!" Maar de aardappelkoning rolde verder.
Toen kwam de heks Lakritze langs, maar de aardappelkoning zei: "Ik wil niet opgegeten worden!" en rolde
verder.
Toen kwam hij in handen van twee kinderen. De kinderen zeiden tegen elkaar: "O, als die aardappel van ons zou zijn
zouden we nooit meer honger hebben." Daarop sprong de aardappelkoning in de mand en de kinderen hadden altijd te eten.